Linda Schulte, intern mediator bij de gemeente Rotterdam, en ik zitten met elkaar in de intervisiegroep met interne mediators van de regiogemeenten. We kennen zodoende elkaars dilemma’s bij het doen van een mediation maar over onze drijfveren hadden we het nog nooit gehad. Op een vrijdagmorgen zitten we op de 15e verdieping van “De Rotterdam” met een prachtig uitzicht en hebben een –in ieder geval voor mij- onverwacht persoonlijk gesprek.

Wat zijn je drijfveren om intern mediator te zijn, wat trekt je erin aan?

Linda: “Met het ouder worden zie ik een rode draad in mijn leven die ik me voorheen niet bewust was. Die rode draad gaat over het belang van communicatie, van goed contact. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik in de puberteit zat. Mijn moeder legde na 20 jaar huwelijk een briefje op tafel en was weg, mijn vader onbegrijpend achterlatend. Mijn ouders waren geen praters en hadden hun kinderen daarin ook niet opgevoed. Ik ging rechten studeren in Rotterdam en kreeg college van professor Hoefnagels. Hij is één van de grondleggers van mediation bij echt- scheiding. Hij vertelde een heel andere kant van echtscheidingen. Het ging over het bespreek-baar maken van emoties en het samen goed afsluiten. Dat vond ik enorm inspirerend. De studie rechten in Rotterdam was in die tijd vrij opgezet en er waren uitgebreide mogelijkheden om keuzevakken te volgen. Mijn interesse voor psychologie was door Hoefnagels aangewakkerd en ik heb op dat gebied veel vakken gevolgd. Na mijn studie vond ik een juridische functie bij een vliegtuig- maatschappij in (Linda, begint te lachen) 020. Ik heb daar jaren met veel plezier gewerkt maar ik ben een echte (Linda met Rotterdams accent) Rotturdammur en het reizen werd me teveel. Ik ging op zoek naar een baan in 010. Ik ging werken bij de gemeente Rotterdam en ontmoette daar Kees van Bochove. Hij had voor de gemeente een pool van interne mediators opgezet. Het enthousiasme uit m’n studie kwam terug en uiteindelijk heb ik de coördinatie van de mediatorpool van hem overgenomen toen hij met pensioen ging. Om formele mediations te kunnen doen deed ik de opleiding tot geregistreerd mediator. Die opleiding heb ik met veel plezier gedaan. Naast de theorie en de vaardigheden leerde ik ook veel over mezelf; in welk systeem ik was opgegroeid en hoe me dat gevormd heeft. Ik kreeg inzicht in de verschillende lagen van een gesprek en alle communicatievormen die daarbij komen kijken. Ik zag het belang van het naar jezelf te durven en kunnen kijken. In een mediation blijven partijen soms hangen in de slachtofferrol en leggen de schuld van het conflict buiten zichzelf. Dat vind ik moeilijk om aan te zien. Het frustreert me als het me met al mijn technieken en vaardigheden niet lukt om daar doorheen te prikken. Ik zag ook dat we leven met vooroordelen, we plaatsen mensen gemaks- halve in een hokje. Tijdens de opleiding ben ik me daarvan meer bewust geworden. Ik stel me in een gesprek zo open mogelijk op. Aan partijen vraag ik me erop te wijzen als ze de indruk hebben dat ik partijdig of vooringenomen ben.”

Hoe hou je als interne mediator stand binnen de organisatie?

We kijken elkaar aan en zijn het met een enkel woord met elkaar eens: je moet steun “van boven” hebben. In Vlaardingen was dat mijn afdelingshoofd Abigail Norville. Wat mooi dat zij, toen ze directeur in Rotterdam werd, contact op nam met Linda om ervaringen uit te wisselen. In Rotterdam doen de drie interne mediators in de pool formele mediations en met name bij arbeidsconflicten. Linda: “Inwoners zien ons vaak als van de gemeente en daarmee niet onpartijdig. Dat is een gevoel, ook al heb je het formeel goed geregeld met een statuut en bevestiging vanuit het college dat de onafhankelijkheid waarborgt”. Over de ontwikkeling van de interne mediation binnen de gemeentelijke organisatie vertelt Linda verder: “De reorganisatie in de gemeente heeft vaak tot gevolg dat afdelingen worden samengevoegd en dan wordt soms gezegd ‘jullie zijn nu een zelfsturend team.’ Daar moeten mensen aan wennen en teams moeten daarin naar mijn mening begeleid worden. Zo’n meerpartijen mediation doe ik in co-mediation. Ik vind dat een prettige manier van werken. Twee zien meer dan één en mediators kunnen elkaar zo nodig bijsturen. Mijn valkuil is dat ik soms wat ongeduldig ben en geneigd voor partijen de oplossing te willen aandragen. Mijn collega kan mij daarin dan bijsturen en de rust in het gesprek houden.”

Mijn laatste vraag gaat altijd over een bijzonder beeld of voorwerp waar je inspiratie uit haalt.

Linda: “Hmm…., mensen zijn voor mij belangrijk, geen voorwerpen.” Een foto van collega’s of vrienden? Linda peinst verder: “Mijn moeder heeft me de liefde voor muziek en theater meegegeven. Zij werkte in het theater. Als klein meisje ging ik met haar mee en glipte ik naar binnen bij de voorstellingen. Daarnaast heb ik altijd in bandjes gespeeld, als zangeres/gitarist. Muziek is voor mij een heerlijke uitlaatklep en het geeft me energie. Op het podium met de bandleden ben ik een ander mens. Een korte periode heb ik geprobeerd me te ontwikkelen tot singer/songwriter. Dat beviel niet, ik miste de dynamiek van een groep en zit nu weer in een band. Linda glimlacht: overigens ook een groep waarin communicatie belangrijk is. Mijn moeder zong graag. Ik denk nu dat dat voor haar een manier was om te ontladen en weer op te laden. Dat herken ik in mezelf.”

We hebben het weer over het plaatje dat bij dit interview geplaatst kan worden. Er zijn inmiddels verschillende mogelijkheden. Na een paar dagen stuurt ze me de foto van haar band. Mensen en muziek, twee van Linda’s inspiratiebronnen in een mooie foto samengekomen.

Juli 2016